AI is er. Maar kunnen mensen er ook naar handelen?
Dat is nodig. Maar er zit een aanname onder die niet vanzelfsprekend klopt: als mensen weten wat verantwoord AI-gebruik is, zullen ze er in de praktijk ook naar handelen. Precies daar ontstaat een probleem. Want tussen weten wat verstandig is en ernaar kunnen handelen zit een wereld van verschil.
Verantwoord AI-gebruik is geen individueel kennisprobleem
Veel AI-programma’s beginnen logisch genoeg bij kennis. Wat is generatieve AI? Wat zijn de risico’s? Welke gegevens mag je invoeren? Hoe herken je fouten of hallucinaties?
Maar kennis alleen maakt iemand nog niet handelingsbekwaam. In de praktijk moeten mensen afwegingen maken waarvoor geen eenvoudige regel bestaat.
Wie mag welke data gebruiken? Wanneer moet een mens meekijken? Wanneer moet iemand ingrijpen? Wie is verantwoordelijk voor een beslissing die mede door AI tot stand kwam? En wat doe je als iets volgens de regels misschien mag, maar toch niet goed voelt? Dat zijn contextuele vragen. Een directeur heeft andere handelingsruimte nodig dan een HR-medewerker. Een AI-specialist loopt tegen andere dilemma’s aan dan iemand die nauwelijks met AI werkt.
Daarom is één generieke AI-training voor iedereen zelden voldoende.
Wat ontbreekt er dan?
Om verantwoord met AI te kunnen handelen zijn grofweg drie dingen nodig.
1. Kennis is de eerste. Mensen moeten begrijpen wat AI kan, waar de beperkingen zitten en welke risico’s relevant zijn.
2. Ook is oordeelsvermogen nodig. Elke situatie is anders en past niet altijd in protocollen. Medewerkers moeten een AI-uitkomst kunnen wegen, onzekerheid herkennen en kunnen bepalen wanneer menselijke expertise zwaarder moet wegen.
3. En ten slotte is positie nodig. Iemand kan uitstekend begrijpen dat een AI-toepassing riskant is en daar een goed oordeel over hebben, maar als diegene geen ruimte voelt om een beslissing ter discussie te stellen, gebeurt er alsnog niets.
Verantwoord AI-gebruik vraagt dus; weet iemand genoeg? En kan deze persoon een oordeel vormen en er vervolgens naar handelen?
AI-governance krijgt pas betekenis in de praktijk
Daarmee ontstaat ook een andere kijk op governance. Governance wordt al snel iets van beleid, verantwoordelijkheden, procedures en toezicht. Allemaal noodzakelijk. Maar uiteindelijk krijgt governance pas betekenis op het moment dat iemand op dinsdagochtend voor een concrete keuze staat.
De HR-medewerker die moet beslissen of een AI-tool mag meeluisteren. De manager die een AI-advies krijgt en niet weet hoeveel gewicht eraan moet worden gegeven. De medewerker die ziet dat iets misgaat en moet besluiten of hij ingrijpt. De AI-specialist die technisch iets kán bouwen, maar zich moet afvragen of de organisatie het ook zou móéten willen. Juist op die momenten moet duidelijk zijn wie mag beslissen, wie kan tegenspreken en waar verantwoordelijkheid ligt.
Een mens ‘in the loop’ zetten is daarvoor niet genoeg. Die mens moet ook daadwerkelijk kunnen ingrijpen, begrijpen waarop een beslissing gebaseerd is en voldoende positie hebben om die beslissing ter discussie te stellen.
Van AI-geletterdheid naar handelingsvermogen
Daarom zou de volgende fase van AI-adoptie minder alleen over kennisoverdracht moeten gaan. Mensen moeten kunnen oefenen. Niet uitsluitend met prompts of tools, maar met de situaties die ontstaan wanneer AI onderdeel wordt van het dagelijkse werk.
Een twijfel uitspreken tegenover een leidinggevende. Een AI-uitkomst kritisch wegen terwijl de rest van het team ermee door wil. Beslissen wanneer menselijke controle nodig is. Een collega aanspreken op onverantwoord gebruik. Verantwoordelijkheid nemen wanneer een systeem een deel van het denkwerk heeft gedaan.
Dat leer je maar beperkt uit een slide. Het vraagt realistische scenario’s, gesprekken en situaties waarin mensen keuzes moeten maken en de consequenties daarvan ervaren. Tegelijkertijd ligt de verantwoordelijkheid niet alleen bij medewerkers. Een organisatie kan niet zeggen: onze mensen zijn getraind, dus verantwoord AI-gebruik is geregeld.
Mensen hebben kaders, mandaat en een omgeving nodig waarin kritisch handelen ook werkelijk mogelijk is. Daar komen twee werelden bij elkaar. Organisaties moeten bepalen waarvoor AI wordt ingezet, wie verantwoordelijk is en waar de grenzen liggen. Mensen moeten vervolgens leren hoe ze binnen die werkelijkheid oordelen en handelen.
Pas wanneer beide ontwikkeld worden, ontstaat iets wat verder gaat dan AI-geletterdheid. Dan ontstaat handelingsvermogen. En misschien is dat uiteindelijk een veel betere maatstaf voor volwassen AI-gebruik dan het aantal medewerkers dat een AI-training heeft gevolgd: Dus begrijpen we AI en weten we wat we moeten doen wanneer het ertoe doet?
Dit is een samenvatting van een webinar dat gegeven is door Anne Vroegop, dir. Human AI Academy, sept. 2026.